Boerenkoolspruit

boerenkoolspruit Kalettes - Marcel Maassen

Is ’t een embryo van een boerenkool of een ontploft spruitje? Geen van beide. Of beter: allebei. Dit zijn boerenkoolspruiten. Ik had die dingen nog nooit eerder gezien en ik besloot ze ergens rond de kerstdagen in mijn winkelkarretje te mikken. Omdat ik ze zo mooi en gek vond. Van de smaak had ik geen al te hoge verwachtingen, daar ik – neutraal uitgedrukt – geen fan ben van spruitjes.
Tien dagen later lagen die dingen nog steeds in de groentenla, ik kon mij er maar niet toe zetten ze te bereiden. Maar vanavond kwam het er dan toch nog van. Auto stuk, koud buiten, geen zin om naar de supermarkt te fietsen. Eens kijken, wat hebben we nog liggen: boerenkoolspruiten!
De eerste meevaller: die dingen zagen er nog mooi en fris uit. En meteen de tweede meevaller erachteraan: toen ik er eentje rauw in mijn mond stak, viel de smaak mij alleszins mee. Het is waar wat ik naderhand op internet erover las: knapperig, lichtzoet, een nootachtige smaak. Geen woord van gelogen.

Smaakoordeel

Op mijn zakje boerenkoolspruiten stond ‘kalettes’, en inmiddels weet ik dat dit de merknaam is die het Britse Tozer Seeds wereldwijd erin wil rammen. Het is hun uitvinding, begrijp ik, ‘het resultaat van 15 jaar hard en met toewijding werken’. Omdat ik zelf het resultaat ben van maar liefst 52 jaar hard en met toewijdig werken, raak ik daarvan niet onder de indruk.
‘Ongelofelijk veelzijdig en gemakkelijk te bereiden’, roept Tozer Seeds. ‘Werkelijk één van de meest veelzijdige groentesoorten die er op dit moment verkrijgbaar zijn.’ Dat lijkt mij behoorlijk overdreven. Het feit dat je de kalette rauw kunt eten, kunt bakken, blancheren, koken, stomen en wokken vind ik toch niet zo bijzonder. Dat kunnen we immers ook met bloemkool, brocoli, wortels en tal van andere groenten.
Dit heb ik ermee gedaan: het uiteinde van het steeltje eraf gesneden, gewassen, daarna drie minuten in kokend water met zout en wat bicarbonaat gelegd, in ijswater snel afgekoeld en daarna gewokt. Afgeblust met een heel klein scheutje balsamico, wat zeezout en peper eroverheen. En twee eetlepels extravergine olijfolie erover, ook dat.
Mijn smaakoordeel: ja, uh… ja. Niet vies eigenlijk. Nee, helemaal niet vies. Omdat de ‘fabrikant’ beweert dat kinderen er stapeldol op zijn, heb ik ook zoon Kick (12) aan de smaaktest onderworpen. Die geeft er het cijfer 7 voor. Daarmee scoort de kalette hoger dan brocoli, maar lager dan bloemkool. In die regionen zit het wat ons betreft, qua smaak.
Een waarschuwing nog: die schitterende paarse kleur die de kalettes rauw hebben, die behoud je niet. Nee, verheug je daar niet op: de mijne werden gifgroen tijdens het blancheren. Zonder bicarbonaat in het kookvocht waren ze waarschijnlijk dofgroen geworden. Volgende keer uitproberen.

Fukken met de schepping

De kalette is niet het resultaat van genetische modificatie, haast Tozer Seeds zich te zeggen. Die genetische modificatie staat natuurlijk in een kwaad daglicht, al weet nauwelijks een consument wat het inhoudt en wat de gevaren of eventuele voordelen daarvan zijn. Nee, we hebben hier te maken met een ‘natuurlijke combinatie’ van twee groenten die tot de Brassica Oleracea-familie behoren. Van die familie is mij weliswaar niets onoorbaars bekend, maar om dit nu een ‘natuurlijke combinatie’ te noemen, gaat mij toch wat te ver. Het is niet dat de boerenkool en de spruit geheel uit eigen initiatief en zonder enige menselijke tussenkomst elkaar in het wild hebben besprongen en dit nageslacht hebben voortgebracht, wel? Anderzijds: fukken met de schepping is natuurlijk aan de orde van de dag. Zonder dat, hadden we niks te vreten.
Tot kokend Nederland is de boerenkoolspruit nog niet echt doorgedrongen. Althans, op Smulweb vind ik nog geen enkel recept van een consument. Maar dat gaat komen, vermoed ik. In een aantal landen, waaronder de UK en de VS, heeft de boerenkoolspruit al een vaste plek in het schap veroverd. Ook in de grotere Nederlandse supermarkten is de groente nu te koop.